Coöperatie in crisistijd is gebaat bij onafhankelijk toezicht

GOVERNANCESTRUCTUUR

Coöperaties die worden geconfronteerd met een consoliderende markt en krimpende ledenbestanden doen er verstandig aan hun governance aan te passen. Onafhankelijke commissarissen kunnen helpen om het collectief belang te laten prevaleren boven verscherpte belangentegenstellingen tussen leden, aldus Gerrit Mastenbroek, vennoot van Custom Management Interim Directeuren.

Coöperatie in crisistijd is gebaat bij onafhankelijk toezicht

Coöperaties, met name in de agrarische sector, hebben de Nederlandse economie veel goeds gebracht. De laatste jaren stijgt het aantal coöperaties dan ook, vooral in de sectoren energie en gezondheidszorg. De coöperatie is daarmee een organisatievorm die zich heeft bewezen én zich aanpast aan de tijd.

Negen coöperatieve principes

Met hun ledenstructuur kennen coöperaties een specifieke vorm van organisatiebestuur. De NCR (Nationale Coöperatieve Raad) heeft vorig jaar de nieuwe Coöperatie Code 2019 geïntroduceerd, gebaseerd op negen coöperatieve principes met bijbehorende voorschriften, samengevat in drie strategische blokken:

1. Coöperatief ondernemerschap

  • ondernemen met en ten behoeve van de leden;
  • erkennen van een gemeenschappelijke behoefte;
  • langetermijnwaardecreatie.

2. Collectiviteit en wederkerigheid

  • samenwerking en solidariteit;
  • kracht van het collectief;
  • onderlinge relatie gebaseerd op wederzijdse rechten en plichten.

3. Ledenbetrokkenheid

  • democratische grondslag;
  • zeggenschap gebaseerd op gebruik coöperatie;
  • financiering door leden.

Consolidatie en teruglopende ledenaantallen

Deze principes en voorschriften zijn prima toepasbaar bij stabiele, groeiende en bloeiende coöperaties. Er zijn echter ook coöperaties die geconfronteerd worden met consolidatie in hun markt en teruglopende ledenaantallen. Daarvan zien we als interim-bestuurders in onze praktijk maar al te vaak voorbeelden. Hoe kunnen coöperaties daarmee omgaan in de governance? En in hoeverre kan de Coöperatie Code 2019 daarbij als richtsnoer dienen?

Solidariteit steeds meer onder druk

Als we de nieuwe coöperatiecode toepassen op coöperaties die hun markt en achterban zien krimpen, dan zien we dat een aantal van de eerdergenoemde principes onder druk komt te staan. Het gemeenschappelijk belang van de leden vormt een belangrijk uitgangspunt voor coöperaties en staat centraal in de code. In een coöperatie in een consoliderende markt en met teruglopende ledenaantallen gaan de belangen tussen de leden echter steeds verder uiteenlopen en wordt het eigenbelang belangrijker. De onderlinge solidariteit kalft af.

Groot versus klein

Een lid zonder opvolging bijvoorbeeld zal graag met pensioen willen en zijn opgesloten investering in de coöperatie te gelde willen maken. Hij of zij is logischerwijs niet gericht op langetermijnwaardecreatie voor het collectief. Een ander lid zal zijn onderneming wellicht juist willen uitbreiden, onder meer door het overnemen van kleine leden. Dat kan leiden tot een groeiende dynamiek tussen grote en kleine spelers binnen de coöperatie. Consolidatie van de markt kan de verschillen tussen de leden nog verder doen toenemen. Het gat tussen grote en kleine leden en de daarbij behorende belangen wordt daardoor steeds groter. Daarnaast ontstaat er meer onderlinge concurrentie, wat de verhoudingen binnen de coöperatie onder druk zet en de belangentegenstellingen tussen de leden verscherpt.

Wantrouwen en afbrokkelend draagvlak

Als het stemrecht is gekoppeld aan het daadwerkelijke gebruik van de coöperatie, komen de onderlinge tegenstellingen ook in de besluitvorming tot uiting. De Coöperatie Code 2019 schrijft voor dat er wezenlijke zeggenschap moet zijn van de leden, ook in het bestuur en de toezichthoudende organen. Als de verschillen tussen de leden groter worden en de leden dominant aanwezig zijn in bestuur en toezicht, dan kan dit resulteren in onderling wantrouwen, onwenselijke situaties en een afbrokkelend draagvlak voor de coöperatie. De emoties kunnen daarbij hoog oplopen, conflicten liggen op de loer.

Geen boedeluitkering

Daarnaast bepalen de statuten van coöperaties veelal dat de resterende waarde bij liquidatie wordt uitgekeerd aan de leden die zaken hebben gedaan met de coöperatie in de laatste periode van haar bestaan. Ook dit kan een splijtzwam vormen bij coöperaties in consoliderende markten en teruglopende ledenaantallen. Bij de liquidatie van de coöperatie ontvangen oud-leden immers vaak geen boedeluitkering, wat deze leden als oneerlijk kunnen ervaren. Dat kan eveneens leiden tot emotionele discussies en geschillen tussen (oud- en bestaande) leden. Het gevolg is vaak een patstelling, die een soepele afwikkeling van de liquidatie van de coöperatie bemoeilijkt en vertraagt.

Beleg meerderheid stemmen bij onafhankelijke commissarissen

Coöperaties die worden geconfronteerd met een consoliderende markt en krimpende ledenbestanden doen er dan ook verstandig aan hun governance aan te passen. Dat kan door de meerderheid van stemmen in de raad van commissarissen te beleggen bij onafhankelijke commissarissen, die geen enkele relatie hebben met coöperatieleden. Op die manier staan niet langer de individuele en vaak tegengestelde belangen van leden op de voorgrond, maar komt het belang van de onderliggende organisatie centraal te staan. De instelling van onafhankelijk toezicht bij coöperaties vormt een waarborg voor een objectieve behartiging van het collectieve belang. Zeker wanneer de coöperatie in uitdagende omstandigheden het hoofd boven water moet zien te houden en tussen tegengestelde belangen van de leden moet laveren.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Governance Update.