Toezichthouders zorg moeten zichzelf opnieuw uitvinden

ZORGGOVERNANCE
Over grenzen eigen organisatie leren kijken

De dynamische ontwikkelingen in de zorg dwingen tot innovatie van het toezicht. Dat vraagt om reflectief vermogen op de eigen rol, een lerende cultuur en taakvolwassenheid van zorgtoezichthouders, aldus Siety de Jager.

Toezichthouders zorg moeten zichzelf opnieuw uitvinden

Alle sectoren in de zorg zijn in beweging. De eerste lijn blijft groeien, de geestelijke gezondheidszorg krimpt. De langdurige zorgverlening wordt kleiner als het gaat om lichtere vorm van zorg en breidt juist uit in complexe zorg. De ziekenhuissector laat een kleine groei zien. Die dynamiek heeft consequenties. In de afgelopen vier jaar zijn 90.000 medewerkers hun baan in de zorg kwijtgeraakt. De prijsdruk is soms zo hoog dat velen hebben gekozen voor zelfstandigheid. Vier van de vijf nieuwe werkenden in de zorg zijn eenpitters.

Innovatie van onderop

Tegelijkertijd vindt er een cultuuromslag plaats. De zorgconsument komt vaker centraal te staan. Zorgconsumenten dwingen dat ook af, nu steeds meer zorg door ouderen zelf betaald moet worden. Daarbij staat in eerste instantie niet de zorg voorop, maar het wonen: mensen die in een verpleeghuis worden opgenomen, willen een aangename leefomgeving met garantie op afroepbare zorg. Gefragmenteerde zorg moet worden omgevormd naar geïntegreerde zorg en welzijn. Dat vraagt regelruimte voor de werkvloer. Ook de benodigde innovatie om meer mensen te helpen met de beschikbare middelen of een ander verdienmodel, komt van onderop. Deze veranderingen raken met name de ouderenzorg in hoge mate.

Op zoek naar nieuwe balans

Onder invloed van deze ontwikkelingen worstelen instellingen voor ouderenzorg met grote dilemma’s en het vinden van een nieuwe balans tussen:

  • De wereld van het systeemdenken (doelrationaliteit) versus leefgemeenschap (relatie, communicatie);
  • Individuele aandacht versus leefgemeenschap;
  • Het private belang van de organisatie versus het publieke belang van de zorg.

Toezicht op geïntegreerde zorg

Ook raden van toezicht worstelen met deze vraagstukken: hoe houd je toezicht op geïntegreerde zorg waarbij meerdere partijen betrokken zijn? Hoe houd je (toe)zicht op kwaliteit, als de kern daarvan ligt in de relatie zorggever en zorgontvanger en teams steeds meer eigen regelruimte krijgen? Hoe leg je daarover maatschappelijke verantwoording af, zoals de staatssecretaris dit graag ziet?

Hoe taakvolwassen is uw toezichtorganisatie?

Er bestaat niet één antwoord op deze vragen. Bij organisaties die goed presteren, blijkt een sterk sturende visie op zorg aanwezig te zijn: reflectie op eigen handelen is vanzelfsprekend, de relatie tussen hulpgever en -vrager staat centraal en de cultuur van een lerende organisatie is dominant. Er mogen fouten mogen worden gemaakt, die bovendien openlijk worden besproken. Kortom: de organisatie en de mensen die er werken zijn taakvolwassen. Dit zijn dan ook mogelijke aanknopingspunten voor zorgtoezichthouders. Hoe staan deze zaken ervoor in de organisatie waarop u toezicht houdt?

Audit van zorgkwaliteit?

Raden van toezicht moeten dan ook innovatiever worden in werkwijze en methodiek. Voor het financiële toezicht roept een raad van toezicht de hulp in van een accountant. Wat let toezichthouders om voor de kwaliteit van de kernactiviteiten iets dergelijks te doen? En wat te doen met het toezicht op integrale zorg, over de grenzen van de eigen organisatie heen? Tot nu toe is het niet gebruikelijk dat toezichthouders van verschillende organisaties elkaar opzoeken. Wellicht is het verstandig om daarin verandering te brengen.

Gesprekken met externe stakeholders

Toezichthouders zijn doorgaans zeer terughoudend om in gesprek te gaan met stakeholders en externe toezichthouders, omdat ze de bestuurders niet voor de voeten willen lopen. Ook zorgtoezichthouders worden echter geconfronteerd met een toenemende druk om zich maatschappelijk te verantwoorden en breder te kijken dan alleen de eigen organisatie. Het aangaan van gesprekken met stakeholders en externe toezichthouders is dus wenselijk. Externe contacten zijn ook goed mogelijk, als de gesprekken met respect voor elkaars posities en rollen en in volledige transparantie plaatshebben. Wat vraagt dat van toezichthouders? Reflectief vermogen op de eigen rol, een lerende cultuur en taakvolwassenheid. Goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Dit artikel is gepubliceerd in Governance Update: GU2016maart